
De Zuidelijke Braakmanbossen zijn in deze herfstmaand een bezoekje meer dan
waard. Een wandeling door een relatief jong bos, dat nog lang niet is
uitgegroeid.
De Braakman mag dan nog maar een paar weken tot het werkgebied van de
kersverse boswachter Peter Maas horen, hij kent het gebied op z'n duimpje. "
Ik ben hier zo'n beetje opgegroeid." Hij herinnert zich zijn eerste
verkenningstocht, met vrienden van natuurvereniging De Steltkluut, nog goed.
"Op onbekende paden lopen is altijd een belevenis. Je weet niet wat je
tegenkomt."
Dat gaat zeker op voor de natuur van de
Braakman-Zuid, die vooral in deze herfstmaand alles behalve eentonig is.
Onze wandeling begint op het parkeerterreintje van Staatsbosbeheer, aan de
Isabellaweg. We besluiten de blauwe route te volgen, die ons eerst langs een
met gras begroeide akker leidt. Verschillende vogelsoorten vliegen af en
aan. "Canadese ganzen", signaleert Maas, die de verrekijker al
tegen de ogen heeft gedrukt.
"Over een paar jaar kan hier
graszaad worden geoogst", zegt hij. Gras is één van de weinige
landbouwgewassen die gedijt op de zandgronden in de Braakmanpolder.
Op de grens met het beboste terrein van Staatsbosbeheer zijn andere
zandliefhebbers te vinden, tijmereprijs bijvoorbeeld. Maar er zitten ook
konijnen, die fanatiek holen hebben gegraven. "Dit is puur plaatzand"
, legt Maas uit. "Het heeft dezelfde samenstelling als de zandplaten die
nu nog steeds in de Westerschelde boven water komen"
Dat
plaatzand was nauwelijks geschikt voor landbouw, reden dat in 1952 begonnen
werd met de aanplant van bos, hoofdzakelijk bedoeld voor houtproductie. Zo
zijn er dennen in het gebied te vinden, ooit bedoeld om de Limburgse mijnen
te stutten. "Maar in die tijd groeide ook de aandacht voor het landschap
", zegt Maas. Vandaar dat vandaag de dag veel verschillende boomsoorten
terug zijn te vinden, variërend van berken tot populieren en van dennen tot
knotwilgen. In de nabije toekomst moet de diversiteit in de Braakman nóg
groter worden. "Het bos dat in de Braakman-Noord is gekapt, wordt hier
gecompenseerd."
Het pad buigt af, het bos in. Hier groeien
haagbeuken en iepen, die na ruim vijftig jaar groeien imposante afmetingen
hebben gekregen. Een paar goudhaantjes, de kleinste vogels van Europa, laat
zich vanuit de toppen horen. De bomen hebben al veel van hun blad verloren,
waardoor de herfstzon meer kans krijgt.
Dode en omgewaaide bomen
mogen gewoon blijven liggen. Goed voor de natuur; insecten nestelen zich in
het dode hout en worden weer gegeten door vogels en andere kleine dieren.
Ook talloze paddenstoelen hebben zich gevestigd op het dode hout. In
tegenstelling tot de vogels en planten die de boswachter feilloos weet te
benoemen, zijn paddenstoelen niet zijn sterkste punt. "Vandaar dat ik
een gidsje heb meegenomen", zegt hij. De eerste poging om er één te
determineren wil niet echt lukken. "Maar het is paddenstoelentijd, dus
komen we er vast nog meer tegen."
De wandeling gaat verder
langs het Isabellakanaal. De glimmende rozenbottels van de hondsroos en de
typische vruchten van de kardinaalsmuts - oranje besjes in roze bloemen -
kleuren de oevers. Op het rustige water dobberen wat futen en stijgen enkele
aalscholvers op. "In het weekend zijn hier veel vissers en wandelaars
te vinden", zegt Maas.
Op deze doordeweekse ochtend is het
rustig. De enige passant is een hardloper, die ondertussen wat paddenstoelen
bijeen probeert te scharrelen. De oogst is nog mager. "'t Is nog te
vroeg", concludeert hij.
Al snel buigt het pad af van het
kanaal. De rijen prullenbakken verdwijnen uit het zicht. Berken doemen op
langs het brede bospad. Een aantal van de wit geschorste bomen is in ver
gaande staat van ontbinding. De paddestoelengids kan in de borstzak blijven,
de berkenzwam is duidelijk herkenbaar. Het is een zwakteparasiet die helpt
de boom op te ruimen.
Het loont de moeite hier even van het pad af
te gaan en de afrastering op te zoeken. Vanaf daar is een prachtig uitzicht
op een strook ouderwets hollebollig grasland, begraasd door schapen. "
Misschien is het wel een idee om het pad hier een stukje te verleggen",
merkt Maas op.
Het laatste deel van de wandeling voert langs
populieren. Die zijn in de jaren tachtig geplant op een stukje weiland dat
Staatsbosbeheer erbij kocht. Hier is het ronduit zonnig, alle bladeren zijn
al afgevallen. Op een bankje dat uitzicht biedt op grasland, is het tijd om
uit te rusten. Een paar bonte zandoogjes laat zich, hoewel het al half
oktober is, zien. "Het zijn de laatste vlinders van het jaar."
Maas geniet er zichtbaar van. Lachend: "Het enige wat nu nog ontbreekt,
is een kop koffie met een stuk appeltaart."