
Over de Deltaweg van Goes naar Noord-Beveland denderen we er blind langs. Sla eens af, bij de stoplichten, over een stukje Lange Weg richting Wolphaartsdijk. Dat is het oude stroomgebied van de Schenge. De binnendijken vertellen hun verhaal over tijden van eb en vloed.
Laten we maar omdraaien. Verderop is het verschil tussen weg en landerijen niet meer te zien. Een beetje erg veel bagger, zegt de gids. Hij is niet al te kieskeurig op zijn milieuvriendelijke automobiel. Maar als er twijfel ontstaat, of je je nog wel op asfalt bevindt, kun je beter op je schreden terugkeren. Donkere wolkenpartijen drijven af en aan. Schemering is tussen Sinterklaas en kerst een ruim begrip.
Chiel Jacobusse, hét gezicht van de Stichting Het Zeeuwse Landschap, wijst de weg in het oude stroomgebied van de Schenge.
Sloten zijn even vaarten geworden, akkers zijn modderbakken waar je meteen tot over je knieën in wegzakt. Zeeland ís in deze tijd van het jaar al ontpolderd, die discussie kan voor het moment gesloten worden.
Je hoeft er niet altijd ín om ervan te kunnen genieten. Jacobusse heeft in zijn hoofd een rechthoekig parcours uitgezet pal ten zuiden van Wolphaartsdijk. Vanaf de Kaaidijk de Oude Veerdijk op, dan dwars door de Heerenpolder naar de Weeldijk, terug naar af over de Boomdijk. Op die manier cirkelen we om de Weel. Een verkeerde benaming, want welen zijn eigenlijk overblijfselen van dijkdoorbraken. Daar is hier geen sprake van. De Weel is een stukje van de Schenge, die tussen Wolphaartsdijk en Zuid-Beveland stroomde. Halverwege de 17e eeuw was de verzanding dusdanig, dat de getijdegeul kon worden ingedamd. De Wester- en Ooster-Schenge zijn prominente resten in het huidige polderland. Daarmee vergeleken is de Weel slechts een watertje.
Moet je toch eens kijken! We stoppen midden in de Heerenpolder en kijken uit over laag gelegen weilanden. Ze laten zich niet zien, maar bruine kiekendieven, grutto's en kluten hebben het er naar hun zin.
Landschap lezen, dat vindt Jacobusse wel een term die bij ons ommetje past. Vanaf de Weeldijk hebben we een mooi overzicht. De Nieuw-Sabbingepolder, westwaarts, is grijs zonder een spoortje water. Daar is met inpolderen gewacht tot de stroomgeul zo hoog opgeslibd was, dat het weinig moeite kostte om er vruchtbaar akkerland van te maken. Naar de andere kant ligt de Weel te somberen. Daar hadden de inpolderaars meer haast, en werden er dijken opgeworpen voor het water slib was geworden. Waarschijnlijk, zegt de gids, waren de graanprijzen net hoog en was er daardoor veel behoefte aan nieuw land. Waarmee maar gezegd is dat de marktsector niet alleen in tijden van crisis het leven tekent.
Jacobusse roemt het Zeeuwse landschap. Niet alleen omdat er door het jaar heen broedende weidevogels en overwinterende ganzen en smienten te spotten zijn. Maar vooral ook vanwege de kleine stukjes natuurlandschap, die door heel de provincie verspreid liggen. De Weel - zo'n 15 hectare groot - is een mooi voorbeeld. "Zulke stukjes zijn bepalend voor de afwisseling. Vaak ingewikkeld en duur om in stand te houden, maar ze hebben meer impact dan sommige uitgestrekte gebieden."
Wie even om de Weel heen kijkt heeft in de polders boven Goes zicht op een zee van cultuurland. Met hier en daar indrukwekkende boerderijen - zoals het verderop gelegen Zwaluwenoord: uit Zeeuwse klei gebakken maar volgens Frans recept opgebouwd tot een hoeve met een binnenplaats.
In de Weel ligt een dammetje. Speciaal aangelegd voor de tram, die tussen 1927 en 1934 tussen Goes en Wolphaartdijkseveer pufte. Er was zelfs een halte in de Heerenpolder. De Spoorwegmaatschappij Zuid-Beveland kwam relatief laat op stoom, de concurrentie van autobussen was meteen moordend. Dat verklaart de korte levensduur van het lijntje. Op de Boomdijk zoeken we naar de coupure in de dijk, die voor de tramlijn werd gemaakt. Tot zijn spijt moet Jacobusse vaststellen, dat de stenen randen van de doorgang door gras overwoekerd zijn. "We moeten maar weer een hap uit de dijk halen", zegt hij, " dan kun je goed zien waar de tram gereden heeft."
Als we de begraafplaats onderaan de Boomdijk passeren, hebben we zicht op de oude haven van Wolphaartsdijk. De huizen staan er nog steeds bij, alsof het water tegen de dijk klotst en de veerboot zo aan kan leggen. De nog duidelijk herkenbare kom staat te boek als de Fredericuspolder. Beetje uitgraven, beetje water erin, en de tijden van weleer zijn weer levend. Jacobusse zou het wel weten, als hij het voor het zeggen had. Of het ooit zo ver zal komen? Er zijn niet zo lang geleden plannen geopperd om een rondweg pal door de oude havenkom aan te leggen. Die liggen waarschijnlijk ergens in een bureaula. Ambtelijke molens malen langzaam, maar meestal malen ze wel.
In de noordwesthoek van het natuurgebied lopen schapen. Daar was ooit de vuilstortplaats van Wolphaartsdijk. Wat niet weet, wat niet deert, dat geldt ook hier. Op het water van de Weel dobberen kluitjes vogels. Kuifeend, tafeleend, slobeend... Jacobusse somt ze op, zonder te kijken. "Mijn ogen worden misschien ietsje minder, maar dat die vogels daar zitten, weet ik zo ook nog wel."