Landgoed Ter Hooge is een toevluchtsoord. Voor dieren, en voor mensen.
Stedelingen wanen zich er even in een aangelegd oerwoud, met mooie
zichtlijnen op het kasteel.
Het zou de paddenstoelentijd moeten zijn. Een paar honderd verschillende soorten zijn er in de loop van de jaren in het park van Ter Hooge gesignaleerd. Helaas, het heeft veel te weinig geregend. Gids Chiel Jacobusse van de Stichting Het Zeeuwse Landschap had zich al de hele dag verheugd op het moment dat hij de heksenkring met een doorsnee van zestig meter zou kunnen laten zien. Na een klein half uurtje rondscharrelen in het bos moet hij zijn teleurstelling onderdrukken. Niets, maar dan ook helemaal niets is er te zien. We komen nog wel een houtknotszwam tegen, en compleet verdroogde glimmerinktzwammen. Het zijn troostprijsjes voor wat je in een vochtiger jaar tegen kunt komen.
Een wandeling op Ter Hooge. Het landgoed ligt bijna in de armen van de stad. Waar je vroeger kon wachten tot een projectontwikkelaar met een paar welgemikte nieuwbouwwijken het groen helemaal zou verstikken, hebben we sinds een kleine twintig jaar met natuurorganisaties te maken die hun vleugels uitslaan. Zo ook in de hoek direct ten westen van Middelburg richting Koudekerke. Het Zeeuwse Landschap heeft het park in erfpacht, met sinds 2004 daarbij nog eens zo'n zestig hectare landbouwgrond erom heen. Nu oogt het omliggende gebied nog vrij vlak, zegt Jacobusse, maar over tien jaar als de meidoornheggen volgroeid zijn, herken je het niet meer terug. Dan hebben we opnieuw een stukje tuin van Zeeland.
Het pad vanaf de parkeerplaats aan de Breeweg loopt tussen schrikdraad. Er zijn veesluizen, met uit het lood gemonteerde hekken die vanzelf dichtvallen. De koeien groepen nieuwsgierig samen, op een doordeweekse herfstdag zien ze zelden wandelaars. Volgens het informatiebord aan het begin van het pad wordt hier ecologisch geboerd.
Jacobusse heeft al heel wat voetstappen op Ter Hooge liggen. Hij herinnert zich de eerste keer, dat zijn stichting een excursie in het bos organiseerde. De landschapsmensen hadden hun best gedaan, met flyers en posters. Op de betreffende zaterdagochtend kwamen de gidsen met een kistje appels voor de deelnemers naar Middelburg gereden. Ter hoogte van de Schroebrug stropte het verkeer op, zo druk was het. Pas toen ze bij het park arriveerden, realiseerden de gidsen zich dat die file richting Ter Hooge leidde. Meer dan tienduizend bezoekers werden die dag het bos ingestuurd. Het kistje appels was verre van voldoende.
Als we tussen de bomen lopen, plukt Jacobusse een nog niet verdord blad van een esdoorn. Vroeger werd dat gebruikt om boter in te verpakken, een half pond. Vetvrij papier avant la lettre - 'beuterblaren' - en één van de belangrijkste redenen dat er op veel boerenerven esdoorns werden geplant. Op Ter Hooge strijden es en eik om voorrang. Als het aan de natuurbeschermers ligt, wint de eik. Die is duurzamer.
Het bos rond het landhuis werd in 1947 ingeplant. Door de inundatie was er van de oude beplanting bijna niets meer over. Zegge en schrijve één kastanjeboom aan de noordkant overleefde het zoute water. Bovengronds legde de boom weliswaar het loodje, maar een jaar na de drooglegging sproten er verse takjes uit het wortelgestel. De huidige kastanje heeft zeven stammen.
Vijvers, bruggetjes, romantische paadjes. Het plantplan werd opgesteld in Engelse landschapsstijl. Zo contrasteert het geheel mooi met de strenge, strakke stijl van het 18e-eeuwse landhuis. Aan de zijkant zijn enkele ramen dichtgemetseld. Dat deden huiseigenaren in de tijd van Napoleon, twee eeuwen geleden, zodat ze minder raambelasting hoefden te betalen. Ransuilen, kerkuilen, 65 paar blauwe reigers die in boomtoppen aan de rand van de vijver broeden. De grote bonte specht is ook een vaste bewoner. Jacobusse: " Eén van die spechten ontdekte op een gegeven moment, dat de koperen torentjes van het landhuis uitstekende klankkasten waren. Hij is een tijdlang de bink van het bos geweest."
Als we het bruggetje over de vijver naderen, maant de gids tot stilte. Het is daar het domein van de ijsvogel, die in het water op stekelbaarsjes vist. Helaas, het zit niet mee vandaag, de vogel laat zich niet zien. Vanaf de brug is er weinig leven in het water te bespeuren. Dat is in de jaren tachtig van de vorige eeuw wel eens anders geweest. Het was de tijd dat er een bejaardentehuis in het kasteel was ondergebracht. De oudjes klaagden over de nachtelijke geluidsoverlast van de kikkers. Het uitzetten van karpers, die kikkerdril eten, werd een probaat middel gevonden. Maar ook dat was geen succes. De karpers woelden de bodem los, zodat het water troebel werd. En ze vermenigvuldigden zich ongekend snel. "Op een gegeven moment ", vertelt Jacobusse, "hebben we een beroepsvisser ingehuurd. Die haalde drieduizend kilo uit het water. En geloof het of niet, een paar maanden later merkte je daar niks meer van, was het net of de visser niet langs was geweest."
Verderop komen we een groepje van zes suikeresdoorns tegen. Een mooi voorbeeld van hoe de planters van na de oorlog voor bijzondere soorten kozen. Aan de rand van het pad groeit ook boszegge, een grasachtige plant die in Zeeland alleen op Ter Hooge voorkomt. Waarschijnlijk zijn er in 1947 een paar zaadjes met het plantgoed meegekomen. Trompetboom, gele kornoelje, olijfwilg, prunus, ze passen prima in een traditionele sierbeplanting.
Zoals in vroeger tijden gebruikelijk ligt het landhuis op een kreekrug. Die verhoogde strook land zie je in het weiland richting de stad lopen. De in 1997 in gebruik genomen Ter Hoogekerk is precies op diezelfde kreekrug gebouwd.
Aan de rand van het grasveld aan de noordkant van het park staan oudere eiken. Gids Jacobusse wil eigenlijk graag gallen laten zien. Dat zijn door larfjes van wespen ontstane vergroeiingen op de bladeren. Aanvankelijk lijkt ook deze speurtocht niet het gewenste resultaat op te leveren. "Net als met de paddenstoelen, er zijn er niet zo veel dit jaar." Maar hij laat zich niet uit het veld slaan, en vindt een serie lensgallen. En verderop een knikkergal, en een stuitergal. Zo wordt het toch een schitterende herfst.