De schorren aan de zuidrand van het Veerse Meer zijn niet toegankelijk. Maar
vanaf de Muidenweg, die er pal langs loopt, zijn ze een open boek. Een
wandeling op wielen deze keer, met zicht op wat ooit zee was.
Najaar 2008, het is een historisch moment. Een historische plaats ook. Voor
het eerst sinds bijna vijftig jaar geleden het Veerse Meer werd gevormd, is
het winterpeil van het meer verhoogd. Met tien centimeter slechts, niemand
merkt het, maar toch.
We staan in de berm van de Muidenweg op de
zuidoever van het Veerse Meer, ter hoogte van de Middelplaten. Tussen de
buien door. Deze keer wandelen we op wielen, om het rondje gezwind en droog
te kunnen maken. De route langs het water biedt onbeperkte mogelijkheden om
uit te stappen en de wind door de haren te voelen waaien. Boswachter René
Wink van de Vereniging Natuurmonumenten is niet al te enthousiast over de
Muidenweg tussen de Oranje Plaat en Wolphaartsdijk. Een ordinaire racebaan,
mompelt hij als we in zijn jeep weer de weg opdraaien. Maar ja, de
afwikkeling van het recreatieverkeer wordt belangrijker gevonden. Daar heeft
hij wel weer begrip voor. Hoewel het nu eventjes met de drukte gedaan is. De
op gezette afstanden geposteerde afvalbakken worden net opgehaald om ze in
de winterstalling op te slaan.
Historisch klinkt al gauw zwaar.
Vijftig centimeter onder NAP in plaats van zestig. Het is een eerste stap.
De volgende jaren wordt het winterpeil gefaseerd op dertig centimeter
gebracht. Dan zullen de vogels en de boeren het zeker merken, het verschil
tussen zomer- en winterpeil is dan hooguit enkele tientallen centimeters. De
peilverhoging kan gezien worden als een verdere 'vernatuurlijking' van het
ingedamde water, aansluitend bij de in 2004 geopende doorlaat in de
Zandkreekdam. Zouter en aan de randen natter, dat is het resultaat.
Eind vorige maand ging het winterpeil in. Een deel van de Middelplaten is
daardoor droog gevallen. Boswachter Wink pakt zijn verrekijker. Het is de
dag van de goudplevieren. Eerst ziet hij een groep van een paar honderd
vogels. Een eindje verderop zitten er minstens duizend op de slikken. De zon
heeft tot dat moment gewacht om door het grijs heen te breken en laat de
vogels goud oplichten. Minder in getal, maar ook zeer zichtbaar zijn
smienten, meerkoetjes, rotganzen, bergeenden, kokmeeuwtjes. Een zilverreiger
presenteert zich als solist.
We kijken naar een afgebakend
terrein, een rustgebied voor vogels. Natuurreservaat, niet toegankelijk, er
bestaan uitnodigender bordjes. Een drijflijn geeft aan waar natuur en
recreatie elkaar ontmoeten. Dat gaat volgens Wink wonderbaarlijk goed,
surfers en andere waterrecreanten houden zich in dit gedeelte van het meer
keurig aan de afbakening.
Op de schorren meteen voor de Muidenweg
wordt gegraasd. Vijftien Zeeuwse trekpaarden lopen er. Voor wie een kijker
bij zich heeft zijn ze een attractie van allure. Hoe fors ook, echt
winterhard zijn ze niet. Dat geldt wel voor de veertien haflingers. Als die
twee keer per jaar bekapt en ontwormd worden, is elk jaargetijde hen even
lief. Afgelopen seizoen werden er tien veulens geworpen.
Vanuit de
berm zijn de verschillende Middelplaten goed in het oog te krijgen. Wink
legt uit dat we drie beheersvormen in beeld hebben. Het eerste stuk wordt
begraasd en blijft daardoor open. Het grote eiland verderop - zo'n dertig
hectare - wordt elk jaar na 15 augustus gemaaid. Om de bodem schraal te
houden wordt het maaisel afgevoerd. Er groeien diverse soorten orchideeën.
Ten slotte is er het kleine eiland. Hoe krom het ook klinkt, maar sinds 1960
bestaat het beheer daar - zoals de boswachter het zegt - uit niets doen. Het
resultaat is er naar. Er is spontaan een bos ontstaan, dat langzamerhand zo
dicht is dat je er te voet niet meer doorheen kan. Zo gaat dat dus als de
natuur de natuur gelaten wordt.
René Wink vertelt over de kolonie
aalscholvers op het eilandje, ongeveer 350 broedparen. Deze tijd van het
jaar vertrekken ze naar het Middelandse Zeegebied en in februari zijn ze
terug. Eerst nestelden ze op de kop van het eiland. Door hun uitwerpselen -
'ze schijten alles onder' - ging alle begroeiing daar dood. Het stinkt er
naar ammoniak, weet de natuurbeheerder. Nu broeden ze meer naar het midden
van het eiland. Als ook daar na verloop van jaren alle groen grijs geworden
is, verkassen ze weer. Het duurt een jaar of vijf voor nieuw opschot van
wilgen weer voor bosvorming zorgt.
We rijden een gerieflijk rondje
in de jeep. Zogauw je stopt, de motor afzet en het raam opendraait, vult de
cabine zich met vogelgekrakeel. Via de Piertjesdijk komen we op de
Westerlandpolderweg, net achter de oude zeedijk. Met zijn 49 jaar is Wink te
jong om nog herinneringen te hebben aan de tijd dat het meer zee was en het
schorrengebied tot aan de zeedijk liep. Daar heeft hij wel eens spijt van.
Wat niet weg neemt dat de landerijen, waar nijvere boeren glimmende, rechte
voren trekken, ook hun charme hebben.
Waar wintertarwe is gezaaid,
moeten aan stokken bevestigde plastic zakken ganzen op afstand houden. Het
lijkt effectief, voor dit moment. Het is ook de enige manier om kans op
schadevergoeding te maken als de vogels toch besluiten te landen.