Neeltje Jans lijkt in beton gegoten. Alle kleur is even op vakantie. Waar
wij over het tij gaan. Dat dachten we tenminste. De natuur moet zich
vooralsnog strikt binnen de lijntjes van de waterbouwers houden.
Het parkeerterrein bij het Topshuis. Ze zwaait. Dat was niet nodig. Hoe meer
natuurbevorderaars je tegenkomt, hoe duidelijker ze zich onderscheiden. Niet
alleen de kleding, die in dit seizoen altijd wind- en waterdicht is. Zelfs
de onafscheidelijke verrekijker is niet doorslaggevend voor het profiel. Het
heeft meer met uitstraling te maken. Doortastend, energiek. Iets
slagvaardigs. De natuur is maakbaar, daar staan we voor. Daar staat Petra
Schoof voor.
Op Neeltje Jans is die maakbaarheid alomvattend. Een
zandplaat in de Oosterschelde was het, die zich alleen met laag water liet
zien. Toen kwamen de waterbouwers, om een Ramp voor eens en altijd uit te
bannen. Of die doelstelling ook reëel is, wordt hoe langer hoe onzekerder.
De zeespiegel rijst. En de Oosterschelde is wel erg zandhongerig geworden.
In technische kringen is het halleluja verstomd.
Een precies
tegengestelde ontwikkeling zie je bij de natuurbeschermers. Petra Schoof is
nu 73 jaar. Ze is een gepensioneerde gids van de Stichting Het Zeeuwse
Landschap. Neeltje Jans is haar terrein. Ze was erbij toen mattenleggers en
hefschepen de Oosterschelde eindig maakten. Tranen in haar ogen, ze zal het
nooit vergeten, wat een verwoesting van de natuur. Nu, twintig jaar verder,
hebben plant en dier zich herpakt. Binnen de kaders van wat de mens heeft
aangelegd, natuurlijk. Konijnen hebben een speeltuin gemaakt van de weg naar
de vogelkijkhut. Zij doen net of het zomer is. Wij niet. Gezien het
onvermurwbare grijs en de waterkoude wind besluiten we strategisch te
wandelen. Te voet dus alleen naar een aantal hoogtepunten, zoals de hut met
het vizier op de voor watervogels aangelegde hoogwatervluchtplaats. Er
zitten volop scholeksters, in hun zwartwitte uitdossing nauwelijks te
onderscheiden tussen de basaltblokken. Petra Schoof stopt iets verderop
enthousiast bij een scheur in het asfalt, waar zich een duindoornstruik
doorheen heeft gewurmd. "Dat zou er nou gebeuren, als de mensen er niet
meer zouden zijn. Ach, ik ben zo blij als ik zie hoe de natuur zich hier op
dit eiland ontwikkelt. Dat geeft hoop voor de rest van de wereld." Ze
haalt de eerste zin aan van de kinderbijbel van Anne de Vries: 'Er bloeit
een bloempje langs de weg, een klein en nietig madeliefje.' "Als je
daaraan denkt, daar kan geen beton of asfalt tegenop."
Het
infoduin is de moeite waard. Een pagode met een scheve muts van architect
Ashok Bhalotra staat er centraal, op een zoetwaterbel. Het bouwwerk is
bekleed met kleurige mozaïektegeltjes. De infoborden over duinen,
vogeleiland, dijken, duinvorming, slufter, Noordzee en Oosterschelde zijn op
rolstoelershoogte bevestigd. Het enthousiasme van de gids, als ze ontdekt
dat er mos groeit op de gladde tegeltjes, is passend.
Neeltje Jans
is behalve een eiland en stormvloedkering ook een verbindingsader. De
autoweg snijdt de natuurgebieden als een mes in tweeën. Mens en landdier,
die van de Oosterschelde- naar de Noordzeekant willen, hebben baat bij de
onder de weg aangelegde tunnels. De Zeeuwse kunstenaar Kees van Gilst heeft
er eentje halverwege de jaren negentig onder handen genomen. Aalscholvers,
kluten, scholeksters, tureluurs, drieteentjes, eidereenden, op het plafond
vissen en planctonachtige vormen. Aan het begin houden een kraai en een krab
het gordijn van het schouwtoneel vast. Schoof: "In de tunnel zie je
alles wat er op Neeltje Jans te vinden is. Kijk, de menselijke activiteiten
zijn in aparte kaders gezet." Er is licht aan het eind van de tunnel.
Grijs licht, dat de voormalige mattenhaven niet meteen een zomers aanzien
geeft. Stemmen klinken hol in de tunnel. "Bij alles wat groeit en leeft
en bloeit, moeten we wel goed beseffen, dat wij mensen er deel van zijn. Dat
voel je hiet op Neeltje Jans goed."