Het heggengebied bij Nisse heeft nationale allure. Een stukje oudland met
poelen en natuurlijke afscheidingen, dat kom je in Zeeland en in Nederland
niet dikwijls meer tegen. Natuurmonumenten beheert het gebied in de Zak en
heeft alle reden om stilletjes apetrots te zijn.
Nisse, de Zak. Zo bekend, zo platgewandeld en -gefietst, dat het bijna van hoogmoed getuigt om een wandelrubriek aan het heggengebied te wijden. Iedereen kent het kleinschalige, Anton Pieck-achtige landschap. Meidoorns en wegelingen, sprookjesachtige doorkijkjes en boven grondmist uitgestrekte vergezichten, daar kun je niemand meer mee verrassen.
Toch wagen we het erop. De vereniging Natuurmonumenten beheert het gebied, en heeft deze keer twee gidsen op pad gestuurd. André Hannewijk (44) is al ruim vier jaar boswachter. Lindoana Todicescu (36) is dat ook, maar is pas sinds 1 september in dienst. We treffen elkaar op het punt waar de Valdijk overgaat in de Zwaakweg, ten zuidwesten van Nisse.
Het is herfst. Op de grond, waar de van de populieren gevallen blaadjes moddersporen en plassen kleuren. In de lucht, waar het vasthoudende blad een door de zon gefilterde variëteit van geel en bruin laat zien. De bomen zijn al op leeftijd, beaamt Hannewijk. Eén dezer jaren zullen ze eraan moeten geloven. Dat zal een klap geven. Maar uitstel wordt langzamerhand gevaarlijk, het is niet aan te raden om met storm op de Valdijk te gaan lopen. Hier en daar staan populieren zonder kruin.
De gids met de langste staat van dienst vertelt over het oudland, dat vanaf de dijk gezien aan onze voeten ligt. Oud betekent in dit geval een eeuw of negen, want toen werden de polders in opdracht van Vlaamse abdijheren ingedijkt. Kleinschalig, in partjes gedeeld door meidoornhagen. Er is nu nog 85 hectare aaneengesloten poelgrond over. Een snipper, afgezet tegen de duizenden hectares van voor de ruilverkaveling rond 1970.
Het is moeilijk voor te stellen, hoe het bacterievuur tien jaar geleden voor een complete kaalslag zorgde. Meer dan 5000 meidoorns moesten worden gerooid. Rampzalig, niets meer, niets minder. Tellingen wezen uit dat het aantal vogels snel terugliep. Een grootschalige hersteloperatie heeft er tussen 1999 en 2003 voor gezorgd dat het heggengebied zijn naam weer eer aan kon doen. De beplanting werd bovendien gevarieerder, met veldiep, koebraam, sleedoorn en liguster.
Het is nu de tijd van de bessen, rode van de meidoorn, donkerpaarse van de liguster. Een feest voor de braamsluiper, heggemus, spotvogel en andere broedvogels in het gebied. Je ziet de rijk beladen struiken als je het wandelpad dwars door het terrein volgt. De valweel, aan het begin van de wandeling, ligt er dromerig bij. Een herinnering aan een dijkdoorbraak ooit, zegt Hannewijk. Het water is een kolkgat, de Valdijk maakt er een eerbiedige bocht omheen.
De poelen in het gebied zijn uiterst karakteristiek. Gegraven om het vee, dat er nog volop graast, van zoet water te voorzien. Om dat te bereiken, moest de spa wel met verstand worden gehanteerd. Wie te diep spitte, kwam geheid op veen terecht. En veen zorgt nu eenmaal voor zoute kwel.
Hannewijk plukt een sprietje van de pitrus, een grasachtige soort. Het plantje doet het goed in het heggengebied, waar slechte afwatering voor drassige gronden zorgt. De natuurbeheerders zijn van plan de waterafvoer te verbeteren, zodat de pitrus minder kans krijgt. De gids laat de holle binnenkant van het stengeltje zien. Vroeger werden de sprieten van de pitrus als lont gebruikt in olielampjes.
We lopen over de Sluishoekwegeling, een oud koeienwachterspaadje, dicht omzoomd, overhuifd bijna. Een zanglijster vliegt op. Overdag foerageert hij, weten de gidsen, 's nachts trekt hij.
Na de wegeling lopen we over asfalt, net buiten het gebied. Tussen de heggen en weilanden is opeens een hectare akkerland uitgespaard. Een proefterreintje, zo blijkt, waar de natuurbeheerders kruidenrijke, niet geschoonde rogge hebben gezaaid. Aan de rand hebben ze een strookje laten staan, daar kunnen zangvogeltjes van profiteren. Op het veld is dit eerste oogstjaar zeldzame akkeronkruiden gesignaleerd. Bolderik en dreps zijn Rode Lijstsoorten, ze maken de beheerders blij.
Doordeweeks is het aantal wandelaars beperkt. Ook ruiters zijn schaars. De Valdijk is afgesloten voor auto's. Dat scheelt natuurlijk veel. Hoewel de A58 zelfs in dit stiltegebied voor een goed hoorbare achtergrondruis zorgt. Natuurmonumenten probeert in de directe omgeving nog gebieden te verwerven. De Schouwersweel is aangekocht. IJs en weder dienende kan de wandelroute binnenkort worden uitgebreid met een pad langs de Shouwerweelse Watergang. Dan hoeft er nog minder over asfalt te worden gelopen.